ECLI:NL:RVS:2016:739
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank over onderdak en leefgeld vreemdeling in VBL
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde zich op het standpunt dat hij een meerderjarige vreemdeling die niet rechtmatig in Nederland verblijft, onderdak kan aanbieden in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) onder de voorwaarde dat de vreemdeling meewerkt aan zijn vertrek uit Nederland. De rechtbank had dit besluit vernietigd omdat zij vond dat het aanbod onvoldoende was gemotiveerd en dat de vreemdeling ten onrechte niet was gehoord.
De Raad van State oordeelt dat het aanbod van onderdak in een VBL, ook met de voorwaarde van medewerking aan vertrek, niet strijdig is met het EVRM en het Europees Sociaal Handvest. De vreemdeling draagt zelf de verantwoordelijkheid voor het niet meewerken aan vertrek, tenzij bijzondere omstandigheden zoals een psychische gesteldheid dit verhinderen. De Raad stelt dat de staatssecretaris het besluit deugdelijk heeft gemotiveerd en dat de rechtbank ten onrechte oordeelde dat de vreemdeling had moeten worden gehoord.
Het hoger beroep van de staatssecretaris wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling tegen het besluit van 13 juni 2014 wordt alsnog ongegrond verklaard. Er wordt geen proceskostenveroordeling uitgesproken.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het besluit van de staatssecretaris bevestigd.