ECLI:NL:RVS:2016:762
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging afwijzing uitkering schadefonds geweldsmisdrijven wegens onvoldoende motivering
Appellant diende een aanvraag in voor een uitkering uit het schadefonds geweldsmisdrijven na een schotverwonding die leidde tot amputatie van zijn linker onderarm. De Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven (CSG) wees de aanvraag af wegens onvoldoende objectieve aanwijzingen dat sprake was van een opzettelijk geweldsmisdrijf. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond.
In hoger beroep oordeelt de Afdeling bestuursrechtspraak dat het enkele feit van het ernstige letsel door een schotverwonding voldoende objectieve aanwijzing is dat appellant slachtoffer is van een opzettelijk geweldsmisdrijf. De CSG had onvoldoende gemotiveerd dat de schade mede aan appellant toe te rekenen was, en de rechtbank had dit niet onderkend.
De Afdeling vernietigt daarom het bestreden besluit en het vonnis van de rechtbank en verklaart het beroep gegrond. De CSG wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de overwegingen in deze uitspraak. Tevens wordt bepaald dat tegen het nieuwe besluit alleen bij de Afdeling beroep kan worden ingesteld. De CSG wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en het betaalde griffierecht.
Uitkomst: Het besluit van de Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven wordt vernietigd en de zaak wordt terugverwezen voor een nieuw besluit.