ECLI:NL:RVS:2016:804
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing handhaving perceelafscheiding zonder omgevingsvergunning
Appellant verzocht het college handhavend op te treden tegen een betonnen perceelafscheiding die zonder omgevingsvergunning is gebouwd. Het college wees het verzoek af, waarna appellant bezwaar maakte en vervolgens beroep instelde bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. In hoger beroep betoogde appellant dat de perceelafscheiding hoger was dan toegestaan en dat de ophoging van de grond verkeerd was gemeten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de hoogte van de perceelafscheiding juist was gemeten vanaf het aansluitend afgewerkt terrein, waarbij kunstmatige ophogingen die niet verband houden met de bouw buiten beschouwing blijven. Verder stelde de Afdeling vast dat er een functionele relatie bestaat tussen de perceelafscheiding en de schuur op het perceel, gebaseerd op de planologische bestemming.
Appellant voerde ook aan dat sprake was van misbruik van recht, omdat de perceelafscheiding enkel was geplaatst om het vrije doorzicht vanuit zijn woning te ontnemen. Dit werd verworpen omdat de eigenaar van de perceelafscheiding aannemelijk had gemaakt dat deze ook een functioneel doel dient, zoals windreductie en het voorkomen van overlast.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.