Uitspraak
200502776/1heeft de Afdeling het hoger beroep van [appellant sub 2] tegen de uitspraak van de rechtbank van 15 februari 2005, waarbij het door [appellant sub 2] tegen het besluit van 13 januari 2004 ingestelde beroep ongegrond is verklaard, ongegrond verklaard. Bij uitspraak van 7 maart 2007 in zaak nr.
200603543/1heeft de Afdeling het door [appellant sub 2] tegen die uitspraak ingediende herzieningsverzoek afgewezen.
200706839/1) vloeit voort dat, indien na een eerder afwijzend besluit een besluit van gelijke strekking wordt genomen, door het instellen van beroep tegen het laatste besluit niet kan worden bereikt dat de bestuursrechter dat besluit toetst, als ware het een eerste afwijzing. Dit uitgangspunt geldt niet alleen voor besluiten genomen naar aanleiding van een nieuwe aanvraag, maar ook voor besluiten op een verzoek om terug te komen van een al dan niet op aanvraag genomen besluit (zie onder meer de uitspraak van de Afdeling van 4 mei 2005 in zaak nr.
200406320/1). Slechts indien en voor zover in de bestuurlijke fase nieuw gebleken feiten of veranderde omstandigheden zijn aangevoerd, dan wel uit het aldus aangevoerde kan worden afgeleid dat zich een relevante wijziging van het recht heeft voorgedaan, kunnen dat besluit, de motivering ervan en de wijze waarop het tot stand is gekomen door de bestuursrechter worden getoetst.
200410184/1waarnaar de rechtbank heeft verwezen, heeft de Afdeling geoordeeld dat tussen de in geding zijnde damwand en de aanwezige woning geen functionele relatie kan worden onderkend, zodat niet wordt voldaan aan het in artikel 2, aanhef en onder e, ten tweede, sub a, van het Bblb gestelde kenmerk. In de uitspraak van 20 augustus 2008 in zaak nr. <a target="_blank" href="http://200708440/1">200708440/1</a> is geoordeeld dat uit de uitspraak van 5 oktober 2005 en de uitspraken van 14 februari 2007 in zaak nr.
200603920/1en 5 december 2007 in zaak nr. <a target="_blank" href="http://200702720/1">200702720/1</a> volgt dat bij de beoordeling of sprake is van een functionele relatie tussen de terreinafscheiding en de woning grote, zo niet doorslaggevende betekenis toekomt aan de voor het perceel geldende planologische regeling.
200701064/1 en 200701064/2heeft de Afdeling ten aanzien van dat bouwwerk, dat is gerealiseerd op een afstand van circa 28 meter van het woonhuis van [belanghebbende], geoordeeld dat niet aannemelijk is geworden dat het bouwwerk zal worden gebruikt voor andere dan privédoeleinden.