ECLI:NL:RVS:2016:807
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit handhaving illegale paardenbak zonder omgevingsvergunning
Het college van burgemeester en wethouders van Alkmaar legde appellant een last op tot verwijdering van een paardenbak op zijn perceel, omdat deze zonder omgevingsvergunning was gebouwd in strijd met het bestemmingsplan en de Wabo. Appellant maakte bezwaar en voerde onder meer aan dat de zandlaag geen vergunningplichtige verharding vormde en dat handhaving onevenredig was.
De rechtbank verklaarde het bezwaar gegrond en vernietigde het besluit vanwege onduidelijkheden in de last. Het college stelde het besluit op bezwaar echter in stand met een verduidelijkte motivering. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de paardenbak als bouwwerk kwalificeert en dat het bouwen zonder vergunning een overtreding is, maar dat het aanbrengen van de zandlaag als onderdeel van het bouwwerk geen aparte vergunningplichtige activiteit is.
De Raad van State vernietigde het besluit op bezwaar omdat het ten onrechte mede overtreding van artikel 2.1, lid 1, onder b Wabo aan de last ten grondslag legde, maar bevestigde dat het college bevoegd is handhavend op te treden tegen de paardenbak. Er waren geen bijzondere omstandigheden die handhaving in de weg stonden. Het verzoek om voorlopige voorziening werd afgewezen en het college werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het besluit tot handhaving van de illegale paardenbak wordt vernietigd, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.