ECLI:NL:RVS:2016:81
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit afwijzing verblijfsvergunning wegens paspoortvereiste in het belang van gezinsleven
De staatssecretaris wees de aanvraag van een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af omdat de vreemdeling niet voldeed aan het paspoortvereiste zoals neergelegd in artikel 16 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. De referente, moeder en hoofdverzorger van de vreemdeling, stelde beroep in tegen deze afwijzing, dat door de rechtbank werd afgewezen.
In hoger beroep stelde de Afdeling bestuursrechtspraak vast dat de rechtbank en de staatssecretaris onvoldoende rekening hadden gehouden met het belang van het gezinsleven tussen de vreemdeling en de referente. De staatssecretaris had onvoldoende gemotiveerd waarom het paspoortvereiste zwaarder zou wegen dan het belang van de vreemdeling en zijn moeder, terwijl er een objectieve belemmering bestaat om het gezinsleven in Guinee voort te zetten.
De Afdeling oordeelde dat de voorgestelde invulling van het gezinsleven op afstand geen deugdelijk alternatief is en dat de belangenafweging ten onrechte in het nadeel van de vreemdeling uitviel. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, het besluit van de staatssecretaris vernietigd en het beroep alsnog toegewezen. Tevens werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot afwijzing van de verblijfsvergunning wordt vernietigd en het beroep gegrond verklaard.