ECLI:NL:RVS:2016:813
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep staatssecretaris tegen uitspraak rechtbank over onderdak en leefgeld vreemdeling
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Den Haag die het beroep van een vreemdeling op verstrekking van onderdak en leefgeld gegrond had verklaard. De vreemdeling verbleef tijdelijk in een opvanghuis en had een medische diagnose van PTSS en depressie.
De rechtbank had geoordeeld dat de staatssecretaris op grond van artikel 8 EVRM Pro een positieve verplichting had om onderdak, eten en kleding te verstrekken, en dat het aanbod van onderdak in een vrijheidsbeperkende locatie (VBL) onder de voorwaarde van medewerking aan vertrek uit Nederland onvoldoende was gemotiveerd. De staatssecretaris voerde aan dat de vreemdeling niet rechtmatig in Nederland verbleef en op grond van de Vreemdelingenwet verplicht was het land te verlaten.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat het aanbod van onderdak in een VBL onder de gestelde voorwaarden niet strijdig is met het EVRM, tenzij bijzondere omstandigheden zoals psychische gesteldheid dit verhinderen. De medische stukken boden geen aanleiding tot een dergelijk oordeel. De rechtbank had ten onrechte geoordeeld dat het aanbod ondeugdelijk was gemotiveerd en dat de vreemdeling niet gehoord hoefde te worden in bezwaar. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard. Tevens werd het verzoek om schadevergoeding afgewezen.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdeling wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.