ECLI:NL:RVS:2016:815
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank en bevestiging vreemdelingenbewaring wegens onvoldoende motivering lichtere maatregel
De staatssecretaris van Veiligheid en Justitie stelde de vreemdeling op 1 juli 2015 in vreemdelingenbewaring. De rechtbank Den Haag verklaarde dit besluit onrechtmatig en kende schadevergoeding toe, waarna de staatssecretaris hoger beroep instelde.
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het bewijs onvoldoende achtte dat er een redelijk vermoeden van illegaal verblijf bestond. Tevens werd geoordeeld dat de staatssecretaris de bewaring voldoende had gemotiveerd, mede gelet op het arrest Mahdi van het Hof van Justitie, waarin is bepaald dat de redenen voor bewaring duidelijk moeten worden vermeld.
Verder werd vastgesteld dat de vreemdeling onvoldoende medewerking verleende aan het verkrijgen van documenten voor uitzetting naar Niger, waardoor geen zicht op uitzetting ontbrak. De Afdeling vernietigde het vonnis van de rechtbank, verklaarde het beroep van de vreemdeling ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: De vreemdelingenbewaring van 1 juli 2015 wordt bevestigd en het beroep van de vreemdeling ongegrond verklaard.