ECLI:NL:RVS:2016:828
Raad van State
- Hoger beroep
- M. Vlasblom
- G.T.J.M. Jurgens
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor overtreding minimumloon- en vakantiebijslagwetgeving door agrarisch bedrijf
Een agrarisch bedrijf werd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid beboet wegens het niet betalen van het minimumloon en de minimumvakantiebijslag aan werknemers in de periode van 1 januari tot en met 19 november 2012. Daarnaast werd het bedrijf verweten niet tijdig de gevraagde loon- en urenadministratie te hebben verstrekt.
De rechtbank verklaarde het beroep van het bedrijf ongegrond, waarna het bedrijf hoger beroep instelde bij de Raad van State. Het bedrijf voerde onder meer aan dat de minister de overtredingen niet had bewezen op de genoemde datum en dat zij in de geest van de wet had gehandeld door informatie te verstrekken, ook al niet tijdig.
De Raad van State oordeelde dat de minister terecht de pleegperiode had vastgesteld over de genoemde maanden en dat het niet tijdig verstrekken van de gevraagde bescheiden een overtreding vormt volgens artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de boete bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €94.300 wegens overtreding van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.