ECLI:NL:RVS:2016:1803
Raad van State
- Tussenuitspraak bestuurlijke lus
- M. Vlasblom
- G.T.J.M. Jurgens
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Raad van State oordeelt over boete en stillegging werkzaamheden wegens overtreding minimumloonwet
De maatschap kreeg een boete van €82.000 wegens overtreding van artikel 18b, tweede lid, van de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag (Wmm). Daarnaast werd een bevel tot stillegging van werkzaamheden opgelegd vanwege herhaalde overtreding. De rechtbank mat de boete en verklaarde het stilleggingsbevel rechtmatig. De maatschap stelde onder meer dat zij niet als werkgever kon worden aangemerkt, dat het vermoeden van werkgeverschap in strijd was met het EVRM, en dat de combinatie van boete en stillegging disproportioneel was.
De Raad van State bevestigde dat het werkgeversbegrip in artikel 18b, derde lid, een vermoeden inhoudt dat kan worden weerlegd met bewijs. Dit is niet in strijd met het EVRM. De Raad oordeelde dat de minister de waarschuwingsbrief correct had verzonden en dat de stillegging samenhing met de overtreding. Het bevel tot stillegging werd als herstelsanctie en niet als strafsanctie aangemerkt, waardoor het ne bis in idem-beginsel niet van toepassing is.
Wel stelde de Raad vast dat de minister bij het opleggen van boete en stillegging een evenredigheidsafweging had moeten maken, die ontbrak in de besluiten van 18 april en 21 oktober 2014. Daarom werd de minister opgedragen deze besluiten binnen zes weken te herzien met een beoordeling van de evenredigheid. Tevens vernietigde de Raad de besluiten van 24 februari en 3 maart 2015 over de aanvangsdatum van de stillegging wegens onbevoegdheid van de minister om daarover te beslissen tijdens het hoger beroep.
De minister werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €1.488 en het griffierecht van €497 werd opgelegd. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige motivering en proportionaliteit bij bestuursrechtelijke sancties.
Uitkomst: Minister moet besluiten over boete en stillegging herzien met een evenredigheidsbeoordeling en besluiten over aanvang stillegging worden vernietigd.