ECLI:NL:RVS:2016:861
Raad van State
- Hoger beroep
- C.J. Borman
- B.P. Vermeulen
- A. Hammerstein
- Rechtspraak.nl
Huurtoeslag geweigerd wegens niet-onroerende woonboot, hoger beroep gegrond verklaard
Appellante huurde een appartement op een woonboot in Rotterdam en ontving hiervoor huurtoeslag. De Belastingdienst beëindigde de toeslag per 1 januari 2013 en vorderde de reeds betaalde voorschotten terug, omdat de woonruimte volgens hen geen gebouwde onroerende zaak was.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. De Afdeling oordeelde dat het appartementencomplex, gebouwd op een stalen en betonnen bak die rust op de bodem van de Kreeksehaven en verankerd is aan spudpalen, duurzaam met de grond is verenigd en dus als onroerende zaak moet worden aangemerkt.
De Afdeling verwierp het standpunt van de Belastingdienst dat de mogelijkheid tot verticale beweging met de waterstand uitsluit dat het gebouw onroerend is. Hierdoor kwalificeert de woonruimte als woning in de zin van de Wet op de huurtoeslag, en is huurtoeslag toekenning gerechtvaardigd.
Het hoger beroep werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het besluit van de Belastingdienst tot beëindiging en terugvordering van huurtoeslag vernietigd. De Belastingdienst moet opnieuw op het bezwaar beslissen en wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en het besluit tot beëindiging en terugvordering van huurtoeslag wordt vernietigd.