ECLI:NL:RVS:2016:944
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- H. Troostwijk
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank inzake afwijzing verblijfsvergunning vreemdelingen
De vreemdelingen, geboren in Nederland in 2002 en 2004, vroegen om een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd, welke door de staatssecretaris werd afgewezen wegens het niet voldoen aan het paspoortvereiste. De rechtbank had het beroep van de vreemdelingen gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
De staatssecretaris stelde in hoger beroep dat hij de belangenafweging zorgvuldig had gemaakt en dat het niet-vrijstellen van het paspoortvereiste geen schending van artikel 8 EVRM Pro betekende. De Afdeling oordeelde dat de staatssecretaris terecht had meegewogen dat de vreemdelingen samen met hun moeder, die geen rechtmatig verblijf heeft, naar Armenië moeten terugkeren, en dat de vader met verblijfsvergunning regulier voor onbepaalde tijd ook kan terugkeren.
De Afdeling vond dat de rechtbank onvoldoende rekening had gehouden met het risico van misbruik door de moeder en dat de staatssecretaris niet onredelijk had geoordeeld. Het hoger beroep van de staatssecretaris werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdelingen ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het beroep van de vreemdelingen tegen de afwijzing van hun verblijfsvergunning wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd.