ECLI:NL:RVS:2016:993
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek tot verwijdering justitiële gegevens ondanks bijzondere persoonlijke omstandigheden
De appellant verzocht de minister om verwijdering van zijn justitiële gegevens, geregistreerd na een voorwaardelijke sepot in 2013, omdat hij niet veroordeeld was en de registratie onrechtmatig en buitenproportioneel achtte. De minister wees dit verzoek af, maar stemde in met afscherming van de gegevens voor derden, behoudens Nederlandse rechterlijke ambtenaren.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Raad oordeelde dat de registratie wettelijk verplicht is op grond van de Wet justitiële en strafvorderlijke gegevens (Wjsg) en het Besluit justitiële en strafvorderlijke gegevens (Bjsg), en dat de registratie geen strafrechtelijke veroordeling inhoudt.
De Raad verwierp de betogen over schending van het recht op een eerlijk proces en het recht op privacy, en bevestigde dat de minister de bijzondere persoonlijke omstandigheden heeft meegewogen door afscherming toe te staan. De afscherming beperkt de toegang tot de gegevens tot Nederlandse rechterlijke ambtenaren in strafrechtelijke procedures, waardoor onevenredige bezwaren voor appellant worden beperkt.
Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van het verzoek tot verwijdering van justitiële gegevens bevestigd.