ECLI:NL:RVS:2017:1009
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toevoeging rechtsbijstand wegens bedrijfsmatig rechtsbelang
Appellant vroeg op 27 april 2015 een toevoeging voor rechtsbijstand aan voor een civiele procedure over een vordering op een vereniging van eigenaren (VvE). Deze vordering heeft haar oorsprong in werkzaamheden die het voormalige bouwbedrijf van appellant in 2007 en 2008 voor de VvE verrichtte. Hoewel appellant de onderneming had verkocht en de vordering als privépersoon had overgenomen, oordeelde de raad dat sprake was van een bedrijfsmatig rechtsbelang en wees de aanvraag af.
Appellant maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, die het beroep ongegrond verklaarde. In hoger beroep betoogde appellant dat het belang niet bedrijfsmatig was omdat hij niet langer in de uitoefening van een bedrijf handelde en de vordering een privéaangelegenheid was geworden. De Raad van State overwoog dat voor de beoordeling de oorsprong van het rechtsbelang bepalend is en dat ook een voormalig bedrijfsmatig belang onder artikel 12 lid 2 sub e Wrb Pro valt.
De Afdeling bestuursrechtspraak concludeerde dat de vordering voortkomt uit bedrijfsmatig handelen van het voormalige bouwbedrijf en dat het feit dat appellant als privépersoon optreedt en persoonlijk schade lijdt, niet tot een ander oordeel leidt. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de afwijzing van de toevoeging wegens bedrijfsmatig rechtsbelang.