ECLI:NL:RVS:2017:1035
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Geen huurtoeslag voor woonark die geen onroerende zaak is
De appellant woonde van februari 2014 tot maart 2015 op een woonark te Amsterdam. De Belastingdienst/Toeslagen stelde de huurtoeslag 2014 bij wijze van voorschot vast, maar verklaarde het bezwaar van appellant ongegrond omdat de woonark geen onroerende zaak is.
De rechtbank oordeelde dat de woonark, bestaande uit een betonnen bak met houten opbouw, weliswaar met metalen beugels aan verankerde steigers vastzit, maar verplaatsbaar is en daarom niet duurzaam met de grond verenigd is in de zin van artikel 3:3 BW Pro. De woonark is aangesloten op nutsvoorzieningen, maar dat maakt haar niet onroerend.
De Raad van State bevestigt dit oordeel en verwijst naar jurisprudentie waarin is bepaald dat een schip dat drijft en niet duurzaam met de bodem of oever is verbonden, roerend is. Het feit dat de woonark bedoeld is om langdurig ter plaatse te blijven en maatschappelijk als woning wordt gezien, verandert hier niets aan.
Het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalt omdat niet is gebleken dat appellant anders wordt behandeld dan huurders van vergelijkbare waterwoningen. De Raad van State verklaart het hoger beroep ongegrond en bevestigt de uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de woonark wordt niet als onroerende zaak aangemerkt, waardoor geen huurtoeslag wordt toegekend.