ECLI:NL:RVS:2017:1052
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- N. Verheij
- B.J. Schueler
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens ontbreken oorzakelijk verband tracébesluit en schade
In deze bestuursrechtelijke zaak hebben appellanten schadevergoeding gevorderd wegens waardevermindering en omzetdaling van hun bedrijfspand en autoschadebedrijf, veroorzaakt door het tracébesluit Rijksweg 31 Leeuwarden. De minister wees deze verzoeken af, waarna de rechtbank dit besluit bevestigde. In hoger beroep oordeelde de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State dat de minister onvoldoende had gemotiveerd dat de schade voorzienbaar was, en gaf opdracht tot nader advies.
Na aanvullend advies van de Schadecommissie Rijkswaterstaat concludeerde de minister dat de afsluiting van de Hendrik Algraweg geen rechtstreeks gevolg is van het tracébesluit, maar dat het oostelijk deel van de weg slechts uit de rijkswegenstructuur wordt gehaald en gemeentelijk wordt. De Afdeling oordeelde dat het tracébesluit niet bepaalt dat de Hendrik Algraweg wordt afgesloten en dat er geen oorzakelijk verband bestaat tussen het tracébesluit en de schade.
De Afdeling kwam terug op haar eerdere oordeel over de voorzienbaarheid van schade en bevestigde de eerdere uitspraak van de rechtbank. De verzoeken om schadevergoeding worden afgewezen omdat de schade niet het directe gevolg is van het tracébesluit en bovendien ten tijde van de investeringsbeslissing voorzienbaar was.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de afwijzing van de schadevergoeding wordt bevestigd.