Het college van burgemeester en wethouders van Diemen heeft bestuursdwang toegepast om woningen van appellant op te ruimen wegens brandgevaarlijke situatie en de kosten daarvan vastgesteld en ingevorderd. Appellant stelde dat zij vanwege een psychische stoornis, hoarding, niet volledig aansprakelijk kon worden gehouden voor deze kosten. De rechtbank oordeelde dat appellant aannemelijk had gemaakt dat bijzondere omstandigheden bestonden die een uitzondering op het kostenverhaal rechtvaardigen, mede omdat het college geen tegenbewijs leverde.
Het college stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak en voerde aan dat de brief van de huisarts geen diagnose bevatte en dat appellant niet aannemelijk had gemaakt dat de situatie het gevolg was van haar geestelijke gesteldheid. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat appellant met een verklaring van een psychiater aannemelijk had gemaakt dat sprake was van hoarding en dat dit bijzondere omstandigheden vormde die het volledige kostenverhaal konden beperken.
De Afdeling bevestigde dat het college de kosten niet volledig op appellant kon verhalen, maar dat gedeeltelijk verhalen wel redelijk is, gezien haar verantwoordelijkheid om bij te dragen aan het oplossen van de situatie. Het college had de kosten daarom gematigd tot 50%. Ook de betalingsregeling werd als redelijk beoordeeld. Het beroep van het college en het incidenteel beroep van appellant werden ongegrond verklaard.
De Afdeling veroordeelde het college tot vergoeding van de proceskosten en legde griffierecht op. De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige afweging bij kostenverhaal bestuursdwang, vooral bij bijzondere omstandigheden zoals psychische aandoeningen.