ECLI:NL:RVS:2017:1068
Raad van State
- Hoger beroep
- D.J.C. van den Broek
- Rechtspraak.nl
Bevestiging dwangsominvordering wegens niet naleven last onder dwangsom
Het college van burgemeester en wethouders van Maastricht legde aan appellante een last onder dwangsom op wegens het niet opschonen van een terrein met asbesthoudende afvalstoffen. Bij besluit van 10 maart 2015 werd een dwangsom van € 20.000 ingevorderd wegens het niet naleven van deze last. Appellante stelde dat de bevoegdheid tot invordering was verjaard omdat het college geen rechtsgeldige stuitingshandelingen had verricht, onder meer omdat zij de aanmaning van 30 maart 2015 nooit had ontvangen.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de aanmaning wel degelijk op het juiste adres was verzonden en dat het college daarmee een rechtsgeldige stuitingshandeling had verricht. Tevens was het college bevoegd om aanmaning te versturen ondanks dat de betaaltermijn in de invorderingsbeschikking nog niet was verstreken. Het dwangbevel van 9 juli 2015 had de verjaring opnieuw gestuit.
Daarmee was de invorderingsbevoegdheid niet verjaard en faalde het verweer van appellante. De uitspraak van de rechtbank Limburg werd bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep is ongegrond verklaard en de invordering van de dwangsom blijft gehandhaafd.