ECLI:NL:RVS:2017:1076
Raad van State
- Hoger beroep
- J.A.W. Scholten-Hinloopen
- A.B.M. Hent
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Bevestiging boete voor onrechtmatige onttrekking woonruimte aan bewoning in Amsterdam
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde aan appellant een boete van in totaal €36.000,- op wegens het onttrekken van drie woningen aan de bestemming tot bewoning zonder vergunning. De woningen werden als hotel verhuurd aan toeristen en stonden op diverse boekingssites.
De rechtbank Amsterdam oordeelde dat het college bevoegd was de boete op te leggen en dat de woningen niet als hoofdverblijf van appellant en zijn kinderen konden worden aangemerkt, mede omdat tijdens controle geen persoonlijke bezittingen werden aangetroffen en de woningen langdurig voor toeristische verhuur werden aangeboden.
Appellant voerde aan dat hij en zijn kinderen wel hoofdverblijf hadden in de woningen en dat de boete gematigd had moeten worden omdat hij niet tijdig op de hoogte was gesteld. De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State verwierp deze bezwaren en bevestigde dat de boete terecht was opgelegd. Ook het bezwaar dat alleen appellant en niet zijn kinderen beboet werden, faalde.
De Raad van State bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de boete van €36.000,- wegens onttrekking van woningen aan bewoning zonder vergunning.