ECLI:NL:RVS:2020:1127
Raad van State
- Hoger beroep
- H. Troostwijk
- S.F.M. Wortmann
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vaststelling bestuurlijke boete voor illegale omzetting zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam legde op 25 juni 2018 een bestuurlijke boete van €18.000 op aan [appellant sub 2A] en [appellant sub 2B] vanwege het omzetten van een zelfstandige woonruimte in onzelfstandige woonruimte zonder vergunning. Dit volgde op een controle op 8 mei 2018 waarbij werd vastgesteld dat vijf personen, die elkaar niet kenden, in de woning woonden met gemeenschappelijke voorzieningen.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het bezwaar van appellanten gegrond en verlaagde de boete naar €6.000, vanwege het ontbreken van overlast, een melding door de zoon van appellanten en het geringe financiële gewin. Het college stelde hoger beroep in tegen deze verlaging, terwijl appellanten incidenteel hoger beroep instelden tegen de bevoegdheid van het college om de boete op te leggen.
De Raad van State oordeelde dat het college bevoegd was om de boete op te leggen, ook al vond de omzetting plaats vóór het verbod, omdat het omgezet houden zonder vergunning sinds 1 juli 2017 verboden is. De Afdeling verwierp de argumenten voor verlaging van de boete, waaronder het ontbreken van overlast en het geringe financieel voordeel, en vernietigde het vonnis van de rechtbank. De boete van €18.000 blijft van kracht.
Uitkomst: De bestuurlijke boete van €18.000 wordt gehandhaafd en het hoger beroep van het college is gegrond verklaard.