ECLI:NL:RVS:2017:1122
Raad van State
- Voorlopige voorziening
- D.A.C. Slump
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen verlening aanvullend beschermingscertificaat Bayer
Bayer heeft op 23 maart 2009 een aanvullend beschermingscertificaat aangevraagd voor het geneesmiddel Qlaira. Octrooicentrum Nederland (OCNL) wees dit verzoek bij besluit van 19 september 2011 af en verklaarde het bezwaar van Bayer ongegrond. De rechtbank Den Haag vernietigde dit besluit op 1 februari 2017 en beval OCNL een nieuw besluit te nemen waarbij het certificaat aan Bayer moet worden verleend.
OCNL ging tegen deze uitspraak in hoger beroep en verzocht de voorzieningenrechter om schorsing van de rechterlijke opdracht tot verlening van het certificaat, omdat prejudiciële vragen over de uitleg van de ABC-Verordening en het Neurim-arrest nog openstaan. De voorzieningenrechter oordeelde dat de principiële rechtsvragen niet geschikt zijn voor voorlopige beoordeling en dat het belang van Bayer bij duidelijkheid over haar marktpositie zwaarder weegt dan het belang van OCNL bij schorsing.
De voorzieningenrechter concludeerde dat er onvoldoende steun is voor het oordeel dat het Neurim-arrest aan de verlening in de weg staat. Ook werd vastgesteld dat de productomschrijving van Bayer voldoet aan de eisen. Daarom werd het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen en OCNL veroordeeld tot vergoeding van proceskosten aan Bayer.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tot schorsing van de rechterlijke opdracht tot verlening van het aanvullend beschermingscertificaat aan Bayer wordt afgewezen.