ECLI:NL:RVS:2017:114
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- C.M. Wissels
- E.J. Daalder
- Rechtspraak.nl
Weigering registratie buitenlandse huwelijksontbinding wegens ontbreken behoorlijke rechtspleging
Het college van burgemeester en wethouders van Amsterdam weigerde registratie van een akte van huwelijksontbinding en een nieuw huwelijk in de basisregistratie personen (BRP) op grond van een Pakistaanse verstotingsprocedure. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt dit in hoger beroep.
De kern van het geschil betreft de erkenning van de buitenlandse huwelijksontbinding. Volgens artikel 57, eerste lid, Boek 10 BW kan erkenning plaatsvinden indien de ontbinding na behoorlijke rechtspleging is uitgesproken door een bevoegde autoriteit. De verstotingsprocedure in Pakistan, geregeld in de Muslim Family Law Ordinance, waarborgt echter geen hoor en wederhoor, en de Union Council is geen bevoegde ontbindingsautoriteit.
De Raad van State volgt de rechtbank in de conclusie dat de procedure niet voldoet aan de vereisten voor erkenning. Ook is niet gebleken dat de ex-echtgenote instemde of berustte in de ontbinding, wat vereist is voor erkenning op grond van artikel 57, tweede lid, en artikel 58 BW Pro. Bovendien is het niet erkennen niet in strijd met internationale verdragen, omdat Pakistan geen partij is bij deze verdragen. De weigering tot registratie is gerechtvaardigd in het licht van het recht op privé- en gezinsleven (artikel 8 EVRM Pro) en de openbare orde zoals bedoeld in de Wet BRP.
De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de eerdere uitspraak en verklaart het hoger beroep ongegrond. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering tot registratie van de huwelijksontbinding wordt bevestigd.