ECLI:NL:RVS:2017:1149
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Sevenster
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Bestuurlijke boetes wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen niet terecht opgelegd
De zaak betreft bestuurlijke boetes opgelegd door de minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid aan drie bedrijven wegens overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). De boetes werden opgelegd omdat Roemeense werknemers zonder tewerkstellingsvergunning in Nederland arbeid verrichtten.
De bedrijven voerden aan dat de werkzaamheden vielen onder grensoverschrijdende dienstverrichting zoals bedoeld in het Besluit uitvoering Wav, waardoor het tewerkstellingsvergunningvereiste niet van toepassing was. De rechtbank verklaarde de beroepen van de bedrijven gegrond en vernietigde de boetebesluiten. De minister stelde hoger beroep in.
De Raad van State oordeelt dat de minister niet heeft aangetoond dat de dienstverrichting louter bestond uit terbeschikkingstelling van arbeidskrachten, zoals vereist voor het opleggen van boetes. Uit de feiten blijkt dat het Slowaakse bedrijf verantwoordelijk was voor de uitvoering en leiding van de laswerkzaamheden, en de verplaatsing van werknemers niet het doel op zich was. Ook was er onvoldoende bewijs dat het Belgische bedrijf toezicht en leiding gaf over de werknemers.
De Raad van State bevestigt daarom de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond. De voorwaardelijke incidentele beroepen van de bedrijven vervallen. De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het hoger beroep van de minister wordt ongegrond verklaard en de boetebesluiten worden vernietigd.