ECLI:NL:RVS:2017:1161
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding in asielzaak
De staatssecretaris wees op 16 september 2016 de aanvraag van de vreemdeling voor een verblijfsvergunning asiel af en legde een inreisverbod op. De rechtbank verklaarde het beroep tegen de afwijzing niet-ontvankelijk en het beroep tegen het inreisverbod ongegrond. De vreemdeling stelde hoger beroep in en verzocht om een voorlopige voorziening.
De Raad van State oordeelt dat de rechtbank ten onrechte het geconstateerde gebrek met toepassing van artikel 6:22 Awb Pro heeft gepasseerd zonder de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling heeft gemaakt. Dit gebrek leidt tot vernietiging van dat deel van de uitspraak.
De overige grieven leiden niet tot vernietiging omdat zij geen vragen oproepen die van belang zijn voor rechtseenheid of rechtsontwikkeling. Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen. De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van €1.485 aan proceskosten voor de vreemdeling.
Uitkomst: De uitspraak van de rechtbank wordt vernietigd voor het nalaten van proceskostenvergoeding en de staatssecretaris wordt veroordeeld tot betaling van €1.485 aan proceskosten.