ECLI:NL:RVS:2021:884
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Vernietiging uitspraak rechtbank wegens nalaten proceskostenvergoeding in vreemdelingenzaak
De staatssecretaris van Justitie en Veiligheid heeft bij besluit van 14 februari 2021 de vreemdeling opgedragen de Europese Unie onmiddellijk te verlaten en een inreisverbod tegen hem uitgevaardigd. De vreemdeling stelde hiertegen beroep in bij de rechtbank Den Haag, die dit beroep op 3 maart 2021 ongegrond verklaarde.
De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State. Hij klaagde terecht dat de rechtbank ten onrechte het geconstateerde gebrek had gepasseerd zonder de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten, zoals vereist op grond van artikel 6:22 van Pro de Algemene wet bestuursrecht.
De Afdeling oordeelde dat het hoger beroep gegrond is, vernietigde het bestreden vonnis voor zover het nalaten van proceskostenvergoeding betreft, en bevestigde de uitspraak voor het overige. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van €1.602,00, toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank deels vernietigd en de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van proceskosten.