ECLI:NL:RVS:2017:1202
Raad van State
- Hoger beroep
- M.G.J. Parkins-de Vin
- A.B.M. Hent
- E. Steendijk
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling krijgt gelijk in hoger beroep over noodzakelijke mantelzorg voor medische behandeling
De vreemdeling uit Nigeria met psychische klachten had een aanvraag voor een verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd ingediend, die door de staatssecretaris werd afgewezen. De rechtbank verklaarde het beroep van de vreemdeling gegrond, maar liet de rechtsgevolgen van het besluit in stand. De vreemdeling ging in hoger beroep tegen deze uitspraak.
Centraal stond de vraag of de mantelzorg die de buurman verleent noodzakelijk is voor het slagen van de medische behandeling. De staatssecretaris baseerde zich op een BMA-advies uit 2014 dat stelde dat er geen sprake was van noodzakelijke mantelzorg. Een aanvullend BMA-advies uit 2016 bevestigde dit standpunt, hoewel het ook een medische noodsituatie op korte termijn niet uitsloot.
De behandelaars van de vreemdeling stelden echter dat de mantelzorg essentieel is en wezen op intensieve ondersteuning bij medicatiebeheer. De Raad van State oordeelde dat het BMA-advies van 2016 niet voldoende inzichtelijk was waarom mantelzorg niet noodzakelijk zou zijn, terwijl de verklaringen van de behandelaars en de buurman dit wel aantonen. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover de rechtsgevolgen in stand bleven.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand bleven.