ECLI:NL:RVS:2017:1205
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Veroordeling staatssecretaris tot vergoeding proceskosten in asielprocedure
Bij onderscheiden besluiten van 15 december 2016 heeft de staatssecretaris de aanvragen van twee vreemdelingen om een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd afgewezen. De vreemdelingen stelden beroep in bij de rechtbank Den Haag, die op 23 maart 2017 de beroepen ongegrond verklaarde. De vreemdelingen gingen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State constateerde dat de rechtbank ten onrechte het gebrek in de motivering van de staatssecretaris had gepasseerd zonder de staatssecretaris te veroordelen tot vergoeding van de proceskosten van de vreemdelingen. De motivering was pas later, in een brief van 10 januari 2017, deugdelijk gegeven. De Raad oordeelde dat de rechtbank de staatssecretaris had moeten veroordelen tot vergoeding van de proceskosten.
De Raad van State verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het deel van de uitspraak van de rechtbank waarin geen proceskostenvergoeding werd toegewezen, bevestigde de rest van de uitspraak en veroordeelde de staatssecretaris tot betaling van € 1.485 aan proceskosten aan de vreemdelingen. Het hoger beroep werd daarmee deels toegewezen.
Uitkomst: De staatssecretaris wordt veroordeeld tot vergoeding van € 1.485 aan proceskosten aan de vreemdelingen.