ECLI:NL:RVS:2017:1318
Raad van State
- Hoger beroep
- B.J. van Ettekoven
- E. Steendijk
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing toeslagen wegens niet-rechtmatig verblijf partner
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen bij besluit van 21 augustus 2015 de voorschotten huurtoeslag, zorgtoeslag en kindgebonden budget voor de periode 1 april tot en met 31 december 2015 op nihil gesteld. Dit omdat de echtgenoot van appellante geen rechtmatig verblijf in Nederland had, waardoor appellante op grond van artikel 9, tweede lid, van de Awir geen recht had op toeslagen.
Appellante voerde in hoger beroep aan dat haar zoon niet de dupe mocht worden van het niet-rechtmatig verblijf van zijn vader en dat het kindgebonden budget een gezinsuitkering is die beschermd wordt door het EVRM en het IVRK. De Afdeling overwoog dat het EVRM geen recht op uitkering garandeert en dat de toeslagen niet strekken tot het waarborgen van het bestaansminimum, zodat artikel 8 EVRM Pro geen positieve verplichting tot verstrekking inhoudt.
Verder oordeelde de Afdeling dat de belangen van het kind voldoende zijn meegewogen en dat artikel 27 IVRK Pro niet rechtstreeks toetsbaar is door de rechter. De gronden van appellante faalden, zodat het hoger beroep ongegrond werd verklaard en de uitspraak van de rechtbank werd bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit van de Belastingdienst om de toeslagen op nihil te stellen wordt bevestigd.