ECLI:NL:RVS:2017:105
Raad van State
- Hoger beroep
- E. Steendijk
- N. Verheij
- J. Kramer
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering huurtoeslag wegens verblijfstatus medebewoner
De Belastingdienst/Toeslagen heeft het voorschot op huurtoeslag voor appellant over 2014 herzien naar nihil omdat een medebewoner, zijn zoon, geen geldige verblijfstitel had. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond en de Raad van State bevestigt deze uitspraak in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak overweegt dat het koppelingsbeginsel inhoudt dat toeslagen aan het gezin worden toegekend en niet per individu, waardoor een illegale medebewoner het recht op toeslag kan uitsluiten. De uitzondering voor alleenstaande minderjarige asielzoekers die bij pleegouders wonen, is niet van toepassing op appellant die zijn eigen kind verzorgt.
Verder oordeelt de Afdeling dat het niet toekennen van huurtoeslag geen schending is van artikel 8 EVRM Pro, omdat huurtoeslag niet tot de sociale voorzieningen behoort die het bestaansminimum waarborgen. Ook de verwijzingen naar het IVRK leiden niet tot een andere uitkomst. De belangen van het kind zijn voldoende meegewogen en de toepassing van het koppelingsbeginsel is gerechtvaardigd.
Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de weigering van huurtoeslag bevestigd.