ECLI:NL:RVS:2017:1339

Raad van State

Datum uitspraak
24 mei 2017
Publicatiedatum
24 mei 2017
Zaaknummer
201408708/1/A3
Instantie
Raad van State
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
  • D.A.C. Slump
  • A.B.M. Hent
  • G.M.H. Hoogvliet
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:118 AwbArt. 8:75 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Vergoeding proceskosten na intrekking hoger beroep staatssecretaris Infrastructuur en Milieu

De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant. Tijdens de behandeling van het hoger beroep trok de staatssecretaris dit beroep in. Verzoeker had inmiddels kosten gemaakt voor het indienen van een verweerschrift en verzocht om vergoeding van deze proceskosten.

De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State oordeelde dat op grond van artikel 8:118 van Pro de Algemene wet bestuursrecht het bestuursorgaan bij intrekking van het hoger beroep op verzoek van een partij in de kosten kan worden veroordeeld. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van verzoeker, zijnde een bedrag van €495,00.

De uitspraak benadrukt het belang van een billijke proceskostenverdeling bij intrekking van hoger beroep en bevestigt dat gemaakte kosten voor rechtsbijstand in dergelijke gevallen vergoed kunnen worden. De staatssecretaris kon geen gegronde reden aanvoeren om het verzoek af te wijzen, waardoor de veroordeling werd uitgesproken.

Uitkomst: De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van €495,00 aan verzoeker na intrekking van het hoger beroep.

Uitspraak

201408708/1/A3.
Datum uitspraak: 24 mei 2017
AFDELING
BESTUURSRECHTSPRAAK
Uitspraak op het verzoek van:
[verzoeker A] en [verzoekster B]
(hierna tezamen en in enkelvoud: [verzoeker]), wonend te [woonplaats],
om proceskostenveroordeling in geval van intrekking van het hoger beroep.
Procesverloop
De staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu heeft hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank Zeeland-West-Brabant van 10 september 2014 in zaak nr. 13/5471.
De Afdeling heeft de zaak ter zitting behandeld op 20 april 2017, waar de staatssecretaris, vertegenwoordigd door mr. R.P.H. Rozenbrand, en [verzoeker], vertegenwoordigd door drs. M.S.J. Hoorntje, rechtsbijstandverlener te Oosterhout, zijn verschenen.
De staatssecretaris heeft het hoger beroep ingetrokken.
[verzoeker] heeft de Afdeling verzocht het college te veroordelen in de bij hem in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten, zijnde de kosten voor het indienen van een verweerschrift.
Overwegingen
1.    Artikel 8:118, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht luidt:
"In geval van intrekking van het hoger beroep door het bestuursorgaan kan het bestuursorgaan op verzoek van een partij bij afzonderlijke uitspraak met overeenkomstige toepassing van artikel 8:75 in Pro de kosten worden veroordeeld."
2.    De staatssecretaris heeft het hoger beroep ingetrokken, nadat [verzoeker] kosten heeft gemaakt voor het indienen van het verweerschrift. De Afdeling ziet hierin aanleiding het verzoek als gegrond toe te wijzen. Hetgeen de staatssecretaris als verweer heeft aangevoerd noopt niet tot een ander oordeel.
3.    De staatssecretaris dient op na te melden wijze tot vergoeding van de proceskosten te worden veroordeeld.
Beslissing
De Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State:
veroordeelt de staatssecretaris van Infrastructuur en Milieu tot vergoeding van bij [verzoeker A] en [verzoekster B] in verband met de behandeling van het hoger beroep opgekomen proceskosten tot een bedrag van € 495,00 (zegge: vierhonderdvijfennegentig euro), geheel toe te rekenen aan door een derde beroepsmatig verleende rechtsbijstand.
Aldus vastgesteld door mr. D.A.C. Slump, voorzitter, en mr. A.B.M. Hent en mr. G.M.H. Hoogvliet, leden, in tegenwoordigheid van mr. C.C.J. de Wilde, griffier.
w.g. Slump    w.g. De Wilde
voorzitter    griffier
Uitgesproken in het openbaar op 24 mei 2017
598.