ECLI:NL:RVS:2017:1352
Raad van State
- Hoger beroep
- C.H.M. van Altena
- C.M. Wissels
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering verklaring van geen bezwaar wegens verdenking strafbare feiten
De minister van Binnenlandse Zaken weigerde op 8 juli 2015 een verklaring van geen bezwaar (vgb) aan [wederpartij] te verstrekken vanwege verdenkingen van oplichting en witwassen, strafbare feiten die volgens de Beleidsregel niet verenigbaar zijn met het vervullen van een vertrouwensfunctie op een burgerluchthaven.
De rechtbank Amsterdam verklaarde het beroep van [wederpartij] gegrond en vernietigde het besluit van de minister, omdat deze onvoldoende had gemotiveerd en niet alle relevante factoren had meegewogen, zoals de omstandigheden waaronder de verdenkingen zijn ontstaan. De minister ging hiertegen in hoger beroep.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat hoewel verdenkingen van genoemde strafbare feiten zwaar wegen, de minister ook de aard, ouderdom en zwaarte van de feiten moet betrekken bij zijn beoordeling. De Afdeling bevestigde het oordeel van de rechtbank dat de minister dit onderzoek niet voldoende heeft verricht en verklaarde het hoger beroep ongegrond.
Tegelijkertijd bepaalde de Afdeling dat tegen het nieuwe besluit alleen beroep bij haar kan worden ingesteld en veroordeelde de minister tot vergoeding van proceskosten. De uitspraak benadrukt het belang van een zorgvuldige belangenafweging en motivering bij het weigeren van een vgb op basis van verdenkingen.
Uitkomst: De Afdeling bestuursrechtspraak bevestigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het hoger beroep van de minister ongegrond.