ECLI:NL:RVS:2017:1552
Raad van State
- Hoger beroep
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring rijvaardigheid wegens vermoedelijke fraude bij praktijkexamen
Appellante behaalde haar rijbewijs in 2013 via een rijschool in Den Helder. Medio 2014 ontving het CBR een anonieme melding over fraude tussen een examinator en meerdere rijscholen. Uit onderzoek bleek dat de examinator in samenwerking met zes rijscholen kandidaten onterecht liet slagen tegen betaling. De examinator en enkele rijschoolhouders zijn strafrechtelijk veroordeeld.
De politie stelde negen indicatoren op om te bepalen welke kandidaten mogelijk onterecht zijn geslaagd. Appellante voldeed aan vier indicatoren, waaronder het afleggen van het examen bij de verdachte examinator en via een verdachte rijschool, een grote afstand tussen woonplaats en rijschool, en het wisselen naar de verdachte rijschool na meerdere onsuccesvolle examens.
Het CBR trok daarop de verklaring van rijvaardigheid van appellante in. Appellante voerde aan dat zij niet bij de verdachte examinator had examen gedaan en niet bij de verdachte rijschool had gelest, en dat haar overstap een nieuwe kans was. Deze argumenten werden echter niet ontvankelijk verklaard of verworpen vanwege onvoldoende bewijs en het ontbreken van een aannemelijke verklaring voor de grote afstand.
De Afdeling oordeelde dat het CBR voldoende aannemelijk heeft gemaakt dat de verklaring ten onrechte is afgegeven en dat appellante onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd. Het hoger beroep is daarom ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van rijvaardigheid van appellante wordt bevestigd.