ECLI:NL:RVS:2017:163
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- A.B.M. Hent
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Vaststelling boete wegens overtreding Wet arbeid vreemdelingen na hoger beroep
De minister legde op 21 april 2015 aan [appellante] een boete van €24.000,00 op wegens twee overtredingen van artikel 2, eerste lid, van de Wet arbeid vreemdelingen (Wav). Na bezwaar werd de boete verlaagd tot €12.000,00. De rechtbank Rotterdam vernietigde dit besluit en stelde de boete vast op €8.000,00. [Appellante] ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De kern van het geschil betrof de vraag of de werkzaamheden van een vreemdeling binnen de reikwijdte van de afgegeven tewerkstellingsvergunning (twv) vielen. De vreemdeling verrichtte werkzaamheden in de keuken van [appellante], waaronder wokken van rijst, bami en bakkeljauw. Volgens het UWV en het stappenplan Chinees-Indische horeca vielen deze werkzaamheden niet onder de functie van frituurkok waarvoor de twv was afgegeven. De minister baseerde zich op een verklaring van de vreemdeling, die volgens de Raad van State rechtsgeldig was afgelegd en ondertekend met tolkondersteuning.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de werkzaamheden niet binnen de twv vielen en dat sprake was van overtreding van artikel 2, eerste lid, van de Wav. Wel achtte de Raad een matiging van de boete op zijn plaats vanwege naleving van het minimumloon en betaling van premies, conform de beleidsregel boeteoplegging Wav 2016. De boete werd daarom vastgesteld op €6.000,00. Daarnaast veroordeelde de Raad de minister tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De boete wegens overtreding van de Wet arbeid vreemdelingen wordt gematigd en vastgesteld op €6.000,00.