ECLI:NL:RVS:2017:1634
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Sevenster
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering Verklaring Omtrent het Gedrag voor lidmaatschap schietvereniging na mishandeling
De zaak betreft het hoger beroep van appellant tegen de weigering van de staatssecretaris om een Verklaring Omtrent het Gedrag (VOG) af te geven voor lidmaatschap van een schietvereniging. De staatssecretaris baseerde het besluit op een strafbeschikking wegens mishandeling uit 2014. De rechtbank had de weigering bevestigd en het hoger beroep is door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State ongegrond verklaard.
Appellant voerde aan dat hij het strafbare feit niet had gepleegd en dat de strafbeschikking gebaseerd was op een valse aangifte. Hij stelde dat de staatssecretaris onterecht geen justitiële gegevens over de aangever had opgevraagd en dat het oordeel over schuld in strijd was met artikel 6 EVRM Pro. De Afdeling oordeelde echter dat de staatssecretaris zich op het objectieve criterium mag baseren en niet hoeft te oordelen over de schuldvraag. Het preventieve karakter van de VOG-weigering werd benadrukt.
Verder stelde appellant dat het delict licht was en dat de opgelegde boete relatief laag was, waardoor de weigering disproportioneel zou zijn. De Afdeling stelde dat de straf van €600,- overeenkomt met reguliere afdoening van mishandeling met licht letsel en dat het beleid van de staatssecretaris om wapens restrictief toe te wijzen voor schietverenigingleden redelijk is. Het belang van de samenleving weegt zwaarder dan het belang van appellant bij toewijzing van de VOG.
De Afdeling concludeerde dat de rechtbank terecht had geoordeeld dat de staatssecretaris zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat aan het objectieve criterium was voldaan en dat de weigering van de VOG gerechtvaardigd was. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: De Raad van State bevestigt de weigering van de VOG voor lidmaatschap van een schietvereniging vanwege een strafbeschikking voor mishandeling.