ECLI:NL:HR:2008:BA3823
Hoge Raad
- Cassatie
- J.W. van den Berge
- L. Monné
- C.J.J. van Maanen
- J.W.M. Tijnagel
- A.H.T. Heisterkamp
- Rechtspraak.nl
Hoge Raad over openbaarmaking en gebruik van gegevens KB-Lux in belastingnavordering
Belanghebbende kreeg navorderingsaanslagen en boetes opgelegd op grond van gegevens afkomstig uit een datalek bij Kredietbank Luxembourg (KB-Lux). Na bezwaar en beroep bij het Hof werd het beroep ongegrond verklaard. Belanghebbende stelde in cassatie dat de Inspecteur originele microfiches, afdrukken, het Draaiboek Rekeningenproject en nieuwsbrieven hadden moeten overleggen.
De Hoge Raad stelt vast dat op grond van artikel 8:29 en Pro 8:42 Awb alle stukken die een rol speelden bij de besluitvorming aan belanghebbende en rechter moeten worden overgelegd, tenzij gewichtige redenen dit verhinderen. De Inspecteur moet dus op verzoek stukken overleggen als belanghebbende voldoende gemotiveerd stelt dat deze van belang kunnen zijn.
De Hoge Raad oordeelt dat het Hof onjuist heeft geoordeeld dat de Inspecteur niet alle originele stukken hoefde te overleggen. De zaak wordt terugverwezen zodat het Hof kan beoordelen of de Inspecteur terecht een beroep doet op uitzonderingen voor niet-overleggen.
Daarnaast wordt de behandeling van andere klachten aangehouden in afwachting van prejudiciële vragen aan het Hof van Justitie over de navorderingstermijn. De Hoge Raad schorst het geding en houdt verdere beslissing aan.
Uitkomst: Klacht over overlegging van stukken is gegrond verklaard en de zaak is terugverwezen; verdere beslissing is aangehouden.