ECLI:NL:RVS:2017:1636
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering kinderopvangtoeslag wegens ontbreken recht in 2014 en 2015
Appellante maakte in 2014 en 2015 gebruik van kinderopvang en vroeg daarvoor toeslag aan. De Belastingdienst stelde later vast dat zij geen recht had op kinderopvangtoeslag omdat zij geen arbeid verrichtte en geen re-integratietraject volgde, en herzag het voorschot tot nihil met terugvordering van ontvangen bedragen.
De rechtbank vernietigde het besluit van de Belastingdienst omdat het niet op het vertrouwensbeginsel was ingegaan, maar liet de rechtsgevolgen in stand omdat het beroep op het vertrouwensbeginsel niet slaagde. Appellante stelde in hoger beroep dat er wel een ondubbelzinnige toezegging was gedaan door medewerkers van de Belastingtelefoon, maar de Raad oordeelde dat hiervoor onvoldoende bewijs was.
De Raad overwoog dat het ontbreken van schriftelijke bevestigingen van telefoongesprekken en het feit dat medewerkers van de Belastingtelefoon geen bindende toezeggingen mogen doen, meebrengt dat het beroep op het vertrouwensbeginsel faalt. De uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en appellante moet de ontvangen voorschotten terugbetalen. Een betalingsregeling is mogelijk als zij niet in één keer kan betalen.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de terugvordering van kinderopvangtoeslag bevestigd.