ECLI:NL:RBNNE:2020:3724
Rechtbank Noord-Nederland
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vernietiging weigering omgevingsvergunning antennemast wegens strijd met gelijkheidsbeginsel en EVRM
Eiser vroeg een omgevingsvergunning aan voor het plaatsen van een inschuifbare antennemast in zijn achtertuin. Verweerder weigerde deze vergunning met een besluit gedateerd 6 februari 2019, dat tijdig digitaal aan eiser was toegezonden op 5 februari 2019. Eiser stelde dat de vergunning van rechtswege was verleend vanwege het overschrijden van de beslistermijn, maar de rechtbank oordeelde dat tijdige toezending van het besluit binnen de beslistermijn dit verweer weerlegde.
Eiser voerde voorts een beroep op het vertrouwensbeginsel aan, maar de rechtbank stelde vast dat de ambtenaar die een controle uitvoerde niet bevoegd was om toezeggingen te doen, zodat dit beroep faalde. Daarnaast stelde eiser dat het gelijkheidsbeginsel was geschonden omdat verweerder in 2005 een vergelijkbare antennemast had gelegaliseerd ondanks een negatief welstandsadvies.
De rechtbank overwoog dat verweerder onvoldoende had gemotiveerd waarom het huidige negatieve welstandsadvies zwaarder woog dan destijds, mede omdat de situatie en criteria niet wezenlijk anders waren. Ook was de antennemast in het huidige geval strijdig met het bestemmingsplan, maar verweerder had niet aannemelijk gemaakt dat de inmenging in het recht op vrijheid van meningsuiting gerechtvaardigd was.
De rechtbank verklaarde het beroep gegrond, vernietigde het bestreden besluit en droeg verweerder op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van deze uitspraak. Tevens werd verweerder veroordeeld tot vergoeding van griffierecht en proceskosten aan eiser.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en verweerder wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak.