ECLI:NL:RVS:2017:1662
Raad van State
- Eerste aanleg - meervoudig
- J.C. Kranenburg
- E. Helder
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vernietiging bestemmingsplan Haaren, Haarendael 2016 wegens onvoldoende uitvoerbaarheid
De raad van de gemeente Haaren stelde op 26 mei 2016 het bestemmingsplan Haaren, Haarendael 2016 vast, gericht op de ontwikkeling van het landgoed Haarendael tot een onderwijscampus. Stichting Cello, eigenaar van het landgoed, en A.B.S. Haaren Montage B.V., huurder, stelden beroep in tegen dit besluit. Een medeberoeper, als enig aandeelhouder van A.B.S. Haaren Montage B.V., werd niet-ontvankelijk verklaard vanwege een afgeleid belang.
De kern van het geschil betrof de onvoldoende onderbouwing van de economische uitvoerbaarheid van het plan. De raad stelde dat de kosten voor aankoop en ontwikkeling worden verhaald op de initiatiefnemer, het Platform Haarendael, dat een bieding had gedaan. Echter, de initiatiefnemer had zich inmiddels teruggetrokken en er was geen duidelijkheid over de samenstelling of financiële draagkracht van het Platform.
De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de raad niet volstond met de enkele vermelding dat de kosten worden verhaald op de initiatiefnemer, aangezien er geen bedrijfsplan of haalbaarheidsstudie was overlegd. Ook was onduidelijk of de gemeente het landgoed daadwerkelijk zou aankopen, aangezien stichting Cello aangaf het landgoed niet te willen verkopen. Hierdoor was de uitvoerbaarheid onvoldoende inzichtelijk gemaakt en was het plan in strijd met artikel 3.1.6, eerste lid, onder f, van het Besluit ruimtelijke ordening vastgesteld.
De overige beroepsgronden werden niet meer behandeld. De beroepen van stichting Cello en A.B.S. Haaren Montage B.V. werden gegrond verklaard, het bestemmingsplan vernietigd en de raad werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten. Tevens werd de raad opgedragen om de vernietiging binnen vier weken te verwerken op de landelijke voorziening ruimtelijkeplannen.nl.
Uitkomst: Het bestemmingsplan Haaren, Haarendael 2016 wordt vernietigd wegens onvoldoende onderbouwing van de economische uitvoerbaarheid.