ECLI:NL:RVS:2019:19
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- Rechtspraak.nl
Ongegrond verklaring beroep tegen vaststelling bestemmingsplan Heideweg 52 Soest
De raad van de gemeente Soest stelde op 5 juli 2018 het bestemmingsplan "Heideweg 52" vast, dat voorziet in de bouw van 8 grondgebonden woningen op een perceel waar voorheen een klooster stond. Appellanten, eigenaar en bewoner van het naastgelegen perceel, maakten bezwaar tegen het plan en stelden beroep in, onder meer vanwege onvoldoende belangenafweging, waterhuishouding, uitvoerbaarheid, de ladder voor duurzame verstedelijking en natuurbescherming.
De voorzieningenrechter oordeelde dat het beroep ontvankelijk was en dat de raad zich in redelijkheid op het standpunt kon stellen dat het plan ten behoeve van een goede ruimtelijke ordening was vastgesteld. De belangenafweging was zorgvuldig, de kap van bomen was uitvoerbaar binnen de Algemene Plaatselijke Verordening, en de waterhuishouding was adequaat gemotiveerd in de plantoelichting. De maatschappelijke en financieel-economische uitvoerbaarheid was inzichtelijk gemaakt, onder meer door een anterieure overeenkomst met de initiatiefnemer.
Verder stelde de rechter vast dat het plan geen nieuwe stedelijke ontwikkeling in de zin van de ladder voor duurzame verstedelijking betrof, zodat toetsing daaraan niet vereist was. Ook was het natuuronderzoek voldoende, en stond de Wet natuurbescherming niet aan de uitvoerbaarheid van het plan in de weg. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen het bestemmingsplan Heideweg 52 wordt ongegrond verklaard en het verzoek om voorlopige voorziening afgewezen.