ECLI:NL:RVS:2017:1676
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terugbetaling griffierecht bij betalingsonmacht vreemdeling
De staatssecretaris wees de aanvraag van de vreemdeling om verlenging van zijn verblijfsvergunning regulier voor bepaalde tijd af. De vreemdeling maakte bezwaar en stelde beroep in bij de rechtbank, dat ongegrond werd verklaard. Vervolgens stelde hij hoger beroep in bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De vreemdeling voerde aan dat de rechtbank ten onrechte het beroep op betalingsonmacht niet had gehonoreerd, omdat het griffierecht automatisch via de rekening-courant van zijn gemachtigde was voldaan. De Afdeling overwoog dat het enkel feit dat het griffierecht door de gemachtigde is voorgeschoten niet voldoende is om betalingsonmacht te verwerpen. Er moet beoordeeld worden of de vreemdeling, gelet op zijn vermogen, een geslaagd beroep op betalingsonmacht kan doen.
Omdat de vreemdeling geen geldige verblijfsstatus had en niet mocht werken, had hij geen recht op sociale uitkeringen en was zijn inkomen niet relevant, maar wel zijn vermogen. De griffier had de vreemdeling moeten verzoeken een verklaring omtrent het ontbreken van vermogen te overleggen, wat niet was gebeurd. De vreemdeling heeft in hoger beroep een verklaring overgelegd waaruit blijkt dat hij geen vermogen heeft.
De Afdeling verklaarde het hoger beroep gegrond, vernietigde het vonnis van de rechtbank voor zover deze niet had bepaald dat het griffierecht terugbetaald moest worden, en gelastte de griffier dit alsnog te doen. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, maar niet tot vergoeding van het griffierecht voor het hoger beroep.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond verklaard en de griffier is gelast het griffierecht aan de gemachtigde van de vreemdeling terug te betalen.