ECLI:NL:RVS:2016:2783
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- J.J. van Eck
- Rechtspraak.nl
Vaststelling terugbetaling griffierecht bij betalingsonmacht vreemdeling
De staatssecretaris wees een verzoek van een vreemdeling af om uitzetting te voorkomen. De vreemdeling stelde beroep in tegen de afwijzing en deed een beroep op betalingsonmacht voor het griffierecht. De rechtbank wees dit beroep af en verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdeling ging in hoger beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
De Afdeling overwoog dat volgens vaste rechtspraak een beroep op betalingsonmacht mogelijk is tot het moment van uitspraak in hoger beroep. De rechtbank had onvoldoende onderzocht of de vreemdeling daadwerkelijk over vermogen beschikte en had de griffier niet in de gelegenheid gesteld een verklaring over vermogen te overleggen. De vreemdeling verklaarde vervolgens geen vermogen te hebben.
De Afdeling stelde vast dat de rechtbank het beroep op betalingsonmacht ten onrechte niet had gehonoreerd en dat de griffier het betaalde griffierecht aan de gemachtigde van de vreemdeling moest terugbetalen. De rest van de uitspraak van de rechtbank bleef in stand. De staatssecretaris werd veroordeeld tot vergoeding van proceskosten voor de vreemdeling.
Uitkomst: Het hoger beroep is gegrond voor terugbetaling van griffierecht; griffier wordt gelast terugbetaling aan gemachtigde vreemdeling.