ECLI:NL:RVS:2017:1728
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- H.G. Lubberdink
- Rechtspraak.nl
Beslissing over opschorting sluiting woning wegens bestuursdwang in Maastricht
De zaak betreft een beroep van een huurder tegen het besluit van de burgemeester van Maastricht om de uitvoering van een last onder bestuursdwang, inhoudende de sluiting van haar woning wegens aantreffen van handelshoeveelheid drugs, op te schorten tot 1 juli 2017.
De huurder betoogde dat zij niet tijdig vervangende woonruimte kon vinden en dat de sluiting haar minderjarige kinderen zou schaden, onder meer door scheiding van de kinderen van hun moeder en het niet kunnen voltooien van het schooljaar. De burgemeester stelde dat hij conform eerdere uitspraken handelde en dat de huurder onvoldoende inspanningen had verricht om woonruimte te vinden.
De Raad van State oordeelde dat het besluit tot opschorting tot 1 juli 2017 redelijk was en dat de bezwaren tegen de oorspronkelijke sluiting niet in deze procedure konden worden behandeld. De belangen van de kinderen werden meegewogen, maar de opschorting kon niet voor onbepaalde tijd worden verleend.
Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening werd afgewezen. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep tegen de opschorting van de sluiting van de woning tot 1 juli 2017 is ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening is afgewezen.