ECLI:NL:RVS:2017:1730
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- A.B.M. Hent
- J. Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Vreemdeling vrijgelaten wegens schending hoor- en onderzoeksplicht bij vreemdelingenbewaring
De vreemdeling werd bij besluit van 9 april 2017 in vreemdelingenbewaring gesteld. De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van de vreemdeling tegen dit besluit ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. De vreemdeling ging hiertegen in hoger beroep bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelde dat de staatssecretaris de vreemdeling niet voorafgaand aan de oplegging van de maatregel de mogelijkheid heeft geboden om bijzondere feiten of omstandigheden aan te voeren die tot toepassing van een lichter middel hadden kunnen leiden. Hoewel de vreemdeling vanwege medische redenen niet eerder kon worden gehoord, vond het gesprek op 12 april 2017 plaats zonder dat hem duidelijk werd gemaakt dat hij persoonlijke belangen kon aanvoeren, noch werden hem concrete vragen gesteld. Dit was een onvoldoende invulling van de onderzoeksplicht.
De Raad van State stelde vast dat deze tekortkoming een schending van het verdedigingsbeginsel kan zijn en dat de staatssecretaris niet had betoogd dat de vreemdeling hierdoor niet in zijn belangen was geschaad. Daarom werd het hoger beroep gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd en het beroep van de vreemdeling alsnog gegrond verklaard. De vrijheidsontnemende maatregel werd opgeheven en een schadevergoeding toegekend over de periode vanaf 12 april 2017.
Daarnaast werd de staatssecretaris veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten die de vreemdeling had gemaakt voor de behandeling van het beroep en hoger beroep.
Uitkomst: De vrijheidsontnemende maatregel wordt opgeheven en de vreemdeling krijgt een vergoeding toegekend wegens schending van de hoor- en onderzoeksplicht.