ECLI:NL:RVS:2017:1734
Raad van State
- Hoger beroep
- N. Verheij
- G.M.H. Hoogvliet
- J.Th. Drop
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onduidelijkheid nationaliteit en verblijfspositie
De vreemdelingen, geboren en opgegroeid in Iran met de Afghaanse nationaliteit, vroegen een verblijfsvergunning asiel aan, welke door de staatssecretaris werd afgewezen wegens onvoldoende bewijs over hun verblijfspositie in Iran en Afghanistan. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. De vreemdelingen stelden dat nieuwe verklaringen van de Afghaanse ambassade in Bulgarije aanleiding gaven tot heropening van het onderzoek, wat de rechtbank niet honoreerde.
De Raad van State oordeelde dat de rechtbank ten onrechte het onderzoek niet had heropend, aangezien de nieuwe stukken relevant waren en tijdig waren ingediend. De Afdeling vernietigde het vonnis en verwees de zaak terug naar de rechtbank voor een hernieuwde beoordeling, waarbij de staatssecretaris de gelegenheid krijgt het besluit te motiveren en nieuwe documenten te betrekken.
De proceskosten in hoger beroep werden vastgesteld op €495,00, waarvan de vergoeding door de rechtbank zal worden beslist. De uitspraak werd gedaan op 30 juni 2017 door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het vonnis van de rechtbank vernietigd en de zaak terugverwezen voor hernieuwde behandeling.