ECLI:NL:RVS:2013:BZ9349
Raad van State
- Hoger beroep
- H.G. Lubberdink
- G. van der Wiel
- C.M. Wissels
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep tegen afwijzing verblijfsvergunning asiel wegens onvolledig onderzoek
De vreemdeling heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister op 24 mei 2012 is afgewezen. De voorzieningenrechter heeft dit besluit op 2 juli 2012 bevestigd door het beroep ongegrond te verklaren. De vreemdeling stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak.
In het hoger beroep klaagt de vreemdeling dat de voorzieningenrechter ten onrechte het verzoek om heropening van het onderzoek heeft afgewezen, ondanks een nieuw stuk van Amnesty International over slechte detentieomstandigheden in Cyprus. Volgens artikel 8:68 van Pro de Algemene wet bestuursrecht kan de rechtbank het onderzoek heropenen als het niet volledig is geweest.
De Raad van State oordeelt dat de voorzieningenrechter dit verzoek niet zonder nadere motivering had mogen afwijzen, gezien de aard en inhoud van het ingebrachte stuk. Daarom is het hoger beroep gegrond verklaard en is de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd. De zaak wordt terugverwezen naar de rechtbank voor verdere behandeling en beslissing, met inachtneming van de overwegingen van de Raad van State.
Tot slot stelt de Raad van State de proceskosten in hoger beroep vast op €472,00 en bepaalt dat de rechtbank beslist over de vergoeding van deze kosten.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, de uitspraak van de voorzieningenrechter vernietigd en de zaak terugverwezen naar de rechtbank.