ECLI:NL:RVS:2017:1749
Raad van State
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Vernietiging handhavingsbesluit wegens onjuiste vergunninggrondslag en beoordeling omgevingsvergunningplicht
Het college van burgemeester en wethouders van Landerd legde op 26 februari 2016 een last onder dwangsom op aan appellant om een caravan, prefab-unit en poort op zijn perceel te verwijderen wegens het ontbreken van een omgevingsvergunning. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, waarna appellant hoger beroep instelde bij de Raad van State.
De Raad van State oordeelt dat de caravan en prefab-unit als bouwwerken voor recreatief nachtverblijf omgevingsvergunningsvrij zijn onder artikel 3 van Pro het Besluit omgevingsrecht, maar dat deze bouwwerken in strijd zijn met het bestemmingsplan omdat het toegestane aantal recreatieve nachtverblijven wordt overschreden. De poort is omgevingsvergunningsvrij onder artikel 2, twaalfde lid, van het Bor omdat deze functioneel in relatie staat tot de recreatiewoning en voldoet aan de hoogte-eisen.
De Raad vernietigt het besluit voor zover het de poort betreft en verklaart het hoger beroep gegrond. De handhaving tegen de caravan en prefab-unit blijft gehandhaafd op grond van strijd met het bestemmingsplan en het ontbreken van een vergunning onder artikel 2.1, eerste lid, onder c, van de Wabo. Er wordt een termijn gesteld tot 15 augustus 2017 voor verwijdering zonder dwangsom. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen omdat het onrechtmatige besluit geen additionele schade heeft veroorzaakt.
Uitkomst: Handhaving tegen poort vernietigd, handhaving tegen caravan en prefab-unit bevestigd met verwijderingsplicht tot 15 augustus 2017.