ECLI:NL:RVS:2017:177
Raad van State
- Hoger beroep
- P.B.M.J. van der Beek-Gillessen
- A.W.M. Bijloos
- N.S.J. Koeman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking verklaring rijvaardigheid wegens vermoedelijke fraude bij praktijkexamen
Appellant behaalde zijn rijbewijs in 2013 via een rijschool in Den Helder. Medio 2014 ontving het CBR een anonieme melding over fraude tussen een examinator en meerdere rijscholen, waaronder die van appellant. Uit onderzoek bleek dat de examinator kandidaten onterecht liet slagen in ruil voor betalingen van rijschoolhouders.
Het CBR trok daarom in februari 2015 de verklaring van rijvaardigheid van appellant in, gebaseerd op indicatoren opgesteld door de politie die wezen op onterechte slagen. Appellant voerde aan dat hij het examen in Den Helder deed vanwege betalingsmogelijkheden en dat het CBR onvoldoende bewijs had. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Raad van State bevestigt dit oordeel.
De Afdeling oordeelt dat het CBR aannemelijk heeft gemaakt dat de verklaring ten onrechte is afgegeven en dat appellant onvoldoende tegenbewijs heeft geleverd. Ook is het CBR niet onzorgvuldig geweest in de procedure en is het evenredigheidsbeginsel niet geschonden. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking van de verklaring van rijvaardigheid blijft van kracht.
Uitkomst: De intrekking van de verklaring van rijvaardigheid wordt bevestigd en het hoger beroep ongegrond verklaard.