ECLI:NL:RVS:2017:1785
Raad van State
- Hoger beroep
- J.C. Kranenburg
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel betaalde kinderopvangtoeslag 2013
De zaak betreft de definitieve vaststelling van de kinderopvangtoeslag over 2013 voor appellant, waarbij de Belastingdienst/Toeslagen een bedrag van €3.178 aan teveel betaalde voorschotten terugvordert. Appellant had drie kinderen die in 2013 gebruik maakten van kinderopvang, maar de opvanguren waren minder dan vooraf opgegeven, waardoor het voorschot te hoog was.
Appellant betwistte de terugvordering onder meer met het argument dat hij nooit direct financieel voordeel had gehad van de toeslag en dat de fout bij de betrokken instellingen lag. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State bevestigt deze uitspraak. De Afdeling verwijst naar artikel 26 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir), waarin dwingend is voorgeschreven dat terugvordering van teveel betaalde toeslagen verplicht is.
De Afdeling oordeelt dat het feit dat appellant de toeslag niet op zijn eigen rekening ontving, niet afdoet aan zijn terugbetalingsplicht. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank blijft in stand.
Uitkomst: De terugvordering van €3.178 aan teveel betaalde kinderopvangtoeslag over 2013 wordt bevestigd.