ECLI:NL:RVS:2017:2866
Raad van State
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering teveel ontvangen kinderopvangtoeslag over 2013
In deze zaak heeft de Belastingdienst/Toeslagen bij besluit van 12 februari 2016 de kinderopvangtoeslag van appellante over 2013 definitief vastgesteld en een bedrag van €1.443,00 aan teveel ontvangen voorschotten teruggevorderd. Appellante voerde aan dat zij de toeslag niet zelf had ontvangen, maar dat deze aan de kinderopvanginstelling was betaald, en dat zij door de gemeente verplicht was te werken, waardoor zij haar kind moest laten opvangen.
De rechtbank Den Haag verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij hoger beroep instelde bij de Raad van State. De Afdeling bestuursrechtspraak overwoog dat op grond van artikel 26 van Pro de Algemene wet inkomensafhankelijke regelingen (Awir) de belanghebbende, hier appellante als aanvrager van de toeslag, het bedrag van de terugvordering volledig verschuldigd is. Er is geen wettelijke grond om van terugvordering af te zien of deze aan een ander dan de belanghebbende op te leggen.
De Raad van State concludeert dat de rechtbank terecht heeft geoordeeld dat de Belastingdienst de teveel ontvangen voorschotten terecht heeft teruggevorderd. Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: De terugvordering van teveel ontvangen kinderopvangtoeslag over 2013 door de Belastingdienst wordt bevestigd en het hoger beroep van appellante ongegrond verklaard.