ECLI:NL:RVS:2017:1788
Raad van State
- Hoger beroep
- R.J.J.M. Pans
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit terugvordering kinderopvangtoeslag 2009 wegens onjuiste bezwaarbehandeling
De Belastingdienst/Toeslagen herzag in 2011 het aan wederpartij toegekende voorschot kinderopvangtoeslag over 2009 en stelde dit aanvankelijk op nihil, later op €1.424,00. Na diverse correspondentie en een betalingsachterstand stelde de Belastingdienst in 2015 een bedrag van €2.674,00 terug te vorderen wegens teveel ontvangen voorschotten. Wederpartij maakte bezwaar tegen deze terugvordering, maar dit werd door de Belastingdienst in 2016 afgewezen wegens termijnoverschrijding en het bezwaar werd als herzieningsverzoek aangemerkt.
De rechtbank verklaarde het bezwaar ontvankelijk en vernietigde het besluit van 25 maart 2016. De Belastingdienst stelde hoger beroep in tegen deze uitspraak. De Afdeling bestuursrechtspraak oordeelde dat de brief van 6 oktober 2015 van wederpartij niet kon worden gezien als bezwaar tegen het besluit van 20 april 2011, maar als bezwaar tegen de brief van 1 oktober 2015, die als terugvorderingsbesluit moest worden beschouwd.
De Afdeling stelde vast dat de Belastingdienst niet aannemelijk had gemaakt dat de terugvorderingsbeschikking daadwerkelijk was verzonden, maar dat de brief van 1 oktober 2015 als besluit tot terugvordering geldt. Het bezwaar was tijdig ingediend, maar inhoudelijk ongegrond. De Afdeling vernietigde het besluit van 25 maart 2016 en verklaarde het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond, waardoor wederpartij het teveel ontvangen bedrag moet terugbetalen. Tevens werd het griffierecht aan wederpartij vergoed.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt gegrond verklaard, het bestreden besluit vernietigd en het bezwaar tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond verklaard, waardoor de terugvordering van €2.674,00 blijft staan.